Artikel

Kinderdienst, of kinderen in de samenkomst?

Moet je als gemeente een aparte kinderdienst of kindernevendienst houden, of horen de kinderen juist bij de samenkomst te blijven? Het is een vraag waar talloze discussies over gevoerd worden. Toch is het antwoord eenvoudiger, en bevrijdender, dan je misschien zou denken.

Deel dit artikel

De Bijbel schrijft het niet voor

Eerlijk gezegd geeft de Bijbel hier simpelweg geen opdracht over. Nergens lezen we dat het één zou moeten en het ander niet zou mogen. Daarin is een gemeente dus vrij. Het verstandigst is om te kijken naar de behoefte die er op dat moment is, en vooral naar de kinderen zelf. Want het ene kind is totaal anders dan het andere. De één luistert geboeid mee in de samenkomst, terwijl de ander juist een eigen plek nodig heeft om op zijn eigen niveau te ontdekken wie God is.

Tegelijk is de Bijbel niet onverschillig over de kinderen. In Deuteronomium 31:12-13 lezen we hoe het hele volk bijeen werd geroepen om naar de wet te luisteren, uitdrukkelijk ook de kinderen, zodat ook zij de HEERE zouden leren kennen en vrezen. Kinderen horen er dus helemaal bij, en ook zij worden geroepen om het Woord van God te horen. Dat blijft een prachtig uitgangspunt, of dat nu in de samenkomst zelf gebeurt of in een eigen kinderdienst waar ze op hun eigen niveau uit de Bijbel leren.

Wel past daarbij een eerlijke kanttekening. Met het Nieuwe Testament is er rond de gemeente het een en ander verschoven. We kunnen de regels rond die oudtestamentische samenkomst dus niet zomaar één op één tot wet voor de gemeente van vandaag maken. Veel van wat eerst zichtbaar en aards was, is onder het nieuwe verbond geestelijk geworden. We staan bijvoorbeeld niet meer, zoals in de dagen van Zacharias, als volk buiten te wachten tot de priester in de tempel het reukoffer brengt (Lukas 1). Door Jezus, ons volmaakte offer, hebben we nu allemaal vrije toegang tot God. Het principe blijft staan, kinderen mogen en moeten het Woord horen, maar de precieze vorm waarin dat gebeurt, laat God vrij.

Daarom is er ook niet één antwoord dat voor elke gemeente en elk gezin past. Wat in de ene gemeente prachtig werkt, hoeft in de andere niet vanzelf te passen. Die ruimte mogen we elkaar van harte gunnen.

Laten we elkaar hierin niet veroordelen

En juist daarom: laten we andere gemeenten op dit punt vooral niet beoordelen. Er is geen enkele Bijbelse grond om te zeggen dat de ene keuze geestelijker of beter is dan de andere. Wie de kinderen in de dienst houdt, is niet vromer dan wie een kinderdienst belegt, en andersom net zomin. In Romeinen 14 roept Paulus ons op om elkaar in zulke vragen niet de maat te nemen, maar elkaar de ruimte en de liefde te geven.

En oordeel ook binnen de gemeente elkaar vooral niet. Is er wel een kinderdienst, maar houdt een gezin de kinderen liever bij zich in de samenkomst, dan is dat helemaal goed. Neem daar geen aanstoot aan (Romeinen 14). Ouders dragen zelf de verantwoordelijkheid over hun eigen huisgezin, en een gemeente hoeft daarin niets op te leggen. Wel is het mooi als we elkaar als broeders en zusters helpen met het gezin waar dat nodig is.

Wel: kinderen moeten we discipelen

Tegelijk betekent vrijheid niet vrijblijvendheid. Of de kinderen nu in de samenkomst blijven of een eigen dienst hebben, het blijft onze opdracht om hen te discipelen. Een kinderdienst is (als het goed is) dan ook geen speelkwartier. Het is juist een kostbare gelegenheid om de kinderen te leren uit de Bijbel, om samen te leren bidden, en om hen te laten ontdekken wie de Heere Jezus voor hen wil zijn.

En juist daar komt een eigen kinderdienst tot zijn recht. Pak je het als gemeente op met een duidelijke visie, dan kun je zoveel meer onderdelen van het discipelschap benutten en laten groeien: kinderen op hun eigen niveau door de Bijbel meenemen, hen teksten leren onthouden, samen leren aanbidden en bidden, en hen jaar na jaar stap voor stap verder brengen in hun geloof. Hoe doordachter je het opbouwt, hoe rijker het discipelschap zich kan ontwikkelen, een doorgaande lijn van de allerkleinsten tot aan het tienerwerk.

En vergis je niet in hoe belangrijk dit is voor later. Als we het discipelen van de kinderen nu achterwege laten, moeten we ook niet verwachten dat ze als tiener vanzelf actief meedoen zodra ze naar het tienerwerk mogen. Daarom is het zo belangrijk om juist dit soort discipelschap echt onderdeel te maken van de cultuur van de gemeente, zodat geloof voor kinderen iets is waar ze van jongs af aan in meegroeien.

Betrek de kinderen er zelf bij

Discipelschap werkt het mooist wanneer de kinderen niet alleen toehoorder zijn, maar zelf meedoen in de kinderdienst. Laat de oudere kinderen bijvoorbeeld iets voorbereiden: een lied uitkiezen, samen een gebed, of een gedeelte uit de Bijbel voorlezen. Zo leren ze al jong wat het betekent om te dienen en verantwoordelijkheid te dragen.

De oudere kinderen worden op die manier vanzelf een voorbeeld voor de jongere. En als je dat goed benut, gaat het discipelschap echt functioneren: het ene kind neemt het andere mee, de één gaat de ander voor in geloof. Zo bouwt de gemeente, hoe klein de kinderen ook beginnen, aan de generatie die na ons komt.

Stel gerust je vraag

Een vraag over het geloof?

Je bent niet de enige met vragen. Veel mensen vragen zich af wie Jezus is, waarom er lijden bestaat, wat er in de wereld gebeurt of hoe geloof werkt. Hieronder vind je antwoorden op vragen waar mensen al generaties lang mee rondlopen. Staat jouw vraag er niet tussen? Stel hem gerust hieronder.

Misschien wel de belangrijkste, en de mooiste, vraag die je kunt stellen. Want Jezus is geen verhaal van lang geleden, maar Iemand die je vandaag echt mag leren kennen. Heeft Hij werkelijk bestaan? En als dat zo is, wie is Hij dan voor jou? We nemen je daar graag in mee, van het historische bewijs dat Hij geleefd heeft tot wat het voor je leven kan betekenen om Hem persoonlijk te kennen.

Lees verder op de pagina Wie is Jezus?

Het korte antwoord is: om onze zonde. Maar wat is zonde eigenlijk? Het gaat niet in de eerste plaats om de losse dingen die misgaan, zoals een leugen of iets wat je ooit hebt gestolen. Dat zijn eerder de gevolgen; het werkelijke probleem zit dieper.

Het begon al in het paradijs. God gaf de mens bewust een vrije keuze, want zonder vrijheid is er geen echte liefde en geen echte relatie mogelijk; je zou niet meer dan een robot zijn. Maar de mens koos zijn eigen weg en keerde God de rug toe. En precies dat is de kern van zonde: niet zozeer één verkeerde daad, maar dat we bij God zijn weggelopen en de relatie met Hem hebben losgelaten.

En juist die relatie wilde God herstellen. Het bijzondere is dat wij dat herstel niet zelf kunnen verdienen, hoe hard we ook ons best doen. Daarom deed God het zelf: Jezus stierf aan het kruis om weg te nemen wat tussen ons en God in stond. Niet omdat wij het verdienden, maar uit liefde. „Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft” (Johannes 3:16). Jezus stierf dus niet omdat je het verdiende, maar omdat je geliefd bent. En God wil die relatie ook met jou herstellen.

Deze vraag komt misschien vaak bij je op wanneer je het nieuws volgt. Wat gebeurt er toch allemaal? Soms lijkt het wel of iedereen doordraait. Het is een begrijpelijke vraag, en er is ook een antwoord op. Dat vinden we in de Bijbel.

Veel van wat we om ons heen zien, raakt aan wat de Bijbel de eindtijd noemt: de periode die toeloopt naar de terugkomst van Jezus. Dat klinkt misschien spannend, maar het is vooral een boodschap van hoop. Het laat zien dat de geschiedenis niet stuurloos is, maar in Gods handen ligt, en dat Hij de wereld eens helemaal nieuw zal maken.

In onze gemeente hebben we hier een serie Bijbelstudiemiddagen aan gewijd, waarin de eindtijd uitgebreid aan bod komt. Je vindt ze op de pagina hieronder.

Bekijk de Bijbelstudies over de eindtijd

Wat een super mooi verlangen. De doop is een feestelijk moment waarop je openlijk laat zien dat je bij Jezus hoort en Hem wilt volgen. En het is niet alleen een mooi moment om te beleven; het is net zo waardevol om ten diepste te begrijpen wat de Bijbel over de doop leert.

In de Bijbel volgt de doop namelijk op het geloof. Een mooi voorbeeld staat in Handelingen 8. Filippus ontmoet daar een kamerheer uit Ethiopië die in de Schriften zit te lezen zonder ze te begrijpen. Filippus legt hem uit wat er staat en vertelt hem over Jezus. Zodra de kamerheer tot geloof komt, ziet hij water langs de weg en vraagt hij of hij gedoopt mag worden, en zo gebeurt het: hij wordt gedoopt op grond van zijn geloof. Eerst dus het onderwijs uit de Schriften en het geloof, en daarna pas de doop.

Wat er bij de doop gebeurt, legt Paulus uit in Romeinen 6. Door onder te gaan in het water beeld je uit dat je oude leven met Christus gestorven is en dat je samen met Hem opstaat in een nieuw leven (Romeinen 6:3-4). Dat opstaan in een nieuw leven gebeurt eigenlijk al bij de wedergeboorte, het moment waarop je tot geloof komt en God je van binnenuit nieuw maakt. De waterdoop laat die innerlijke werkelijkheid zichtbaar zien.

Maar denk niet dat het daarmee alleen een mooi gebaar is. De doop is geen droge handeling zonder uitwerking, en God heeft hem ook niet ingesteld om enkel een bijzonder moment te beleven en verder niets. Je maakt openlijk bekend, voor de mensen om je heen en in de geestelijke wereld, dat je van Jezus bent. Het is een daad met gewicht, die ook in het onzichtbare gezien en gehoord wordt.

Hoe de doop precies in zijn werk gaat en wat het betekent, bespreken we graag samen. En we maken ook graag eerst kennis met je. Als gemeente dragen we namelijk mede de verantwoordelijkheid dat iemands getuigenis en belijdenis van het geloof oprecht is, en juist daarom leren we elkaar eerst graag goed kennen.

Neem contact op om een afspraak te maken

Dit is misschien wel de moeilijkste vraag die er is, en we willen er eerlijk over zijn: de Bijbel geeft geen kant-en-klaar antwoord dat alle pijn in één keer verklaart. Maar de Bijbel laat ons ook niet met lege handen staan.

Om te beginnen: God is niet de oorzaak van het lijden. Toen de mens zich van God afkeerde, raakte niet alleen ons eigen hart beschadigd, maar de hele wereld. Lijden, onrecht en dood horen niet bij hoe God het bedoeld heeft; ze zijn een gevolg van die gebrokenheid. God heeft het kwaad dus niet gewild, al geeft Hij ons wel de vrijheid waarin het kan bestaan.

Vaak vragen we ook: waarom laat God dit dan toe? Maar eerlijk gezegd zoeken we daarmee soms een excuus voor de keuzes die wij zelf maken. Veel van het lijden in de wereld komt namelijk niet van God, maar uit onze eigen handen. Neem oorlog: als we daar morgen mee zouden stoppen, was er vrede. God houdt de wapens niet vast, dat doet de mens.

Het bijzondere van het christelijk geloof is dat God het lijden niet van een afstand bekijkt. In Jezus is Hij zelf mens geworden en heeft Hij verdriet, pijn en zelfs de dood gekend. Je hebt dus geen God die het niet snapt, maar Eén die er middenin is geweest en naast je wil staan.

En de Bijbel belooft dat dit niet het einde is. Er komt een dag waarop God alles nieuw maakt, waarop Hij elke traan van de ogen afwist en er geen dood, verdriet of pijn meer zal zijn (Openbaring 21:4). Zodat het wordt zoals God het bedoeld heeft. Tot die tijd mogen we, juist ook met onze waaroms, bij Hem schuilen.

Staat je vraag er niet bij? Zoek ook eens in onze artikelen

Stel hem hieronder, dan nemen we persoonlijk contact met je op.

We gaan zorgvuldig met je gegevens om en reageren persoonlijk.